| |
Het is zondag dus een goede dag om ter kerke te gaan. Na even zoeken op het internet
ontdekken we dat er om 11:30 een mis is gepland in de kathedraal van het heilig hart,
en dat vinden we een prima tijd.
De chauffeur van het busje heeft warempel even moeite met onze bestemming, maar een mede-passagier
biedt uitleg en - blijkbaar - uitkomst; na een kwartiertje hobbelen langs de slecht
onderhouden wegen stopt hij pal voor de kathedraaldeur.
Het koorgezang komt ons tegemoet, maar behalve een eenzame hond op de kerktrappen en
een oudere mevrouw die de hoofdingang aan het sluiten is zien we niemand, en bovendien
is de parkeerplaats naast de kerk op één enkele auto na helemaal leeg.
We gaan, zo concluderen we, dus niet met onze neus in een kerkdienst vallen.
We informeren bij de eerdergenoemde porteuse die het jammer vindt dat we
te laat zijn, laat weten dat de enige kerkdienst van de dag om half negen was,
dat er ook in de verre omgeving geen diensten meer draaien, dat we wel van heel ver komen zeg,
Nederland, hoe lang zijn we er al en hoe lang denken we nog te blijven,
In de kathedraal valt vooral de leegte op, met in een hoekje van de ruimte een 20-tal dames onder
leiding van een zoekende organist die, ondersteund met een computer-projectie van de
gezangen-tekst op de muur achter hem, steeds na een 5-tal minuten zoeken de juiste melodie
uit zijn orgel weet te krijgen waarna het koor - een beetje naar eigen wens, zo lijkt het -
in gezang uitbarst. En, we moeten vermelden, het koor klinkt helemaal niet gek, als
ze eenmaal allemaal bij de juiste noot zijn aangekomen.
We luisteren een kwartiertje naar dit samenspel. Af en toe gaat een telefoon
waarna de betreffende zangeres met telefoon aan het oor enkele minuten de kerk
uitloopt. Of één van de koorleden wordt overvallen door een heftige dorst, overlegt
even fluisterend met een ander koorlid (moeder of zus, zo denken we) die op haar beurt
een bankbiljet overhandigd. Hiermee gewapend snelt het eerste lid de kathedraal uit
om enkele minuten later met een aan de condens te zien ijskoud flesje cola (en het wisselgeld) terug te keren.
Terwijl we (als leek, dat wel) bedenken dat het koor zit te springen om een
goede dirigent schakelt het moeiteloos tussen Engelse, Franse en Bislamees
gezangen.
We wandelen onder het genot van de gezangen nog even de kathedraal rond. De weinige kerkkunst
die we kunnen vinden heeft een erg hoog huisvlijt-gehalte en het enige glas-in-lood raam
is (waarschijnlijk tijdens een cycloon) beschadigd. Maar de enorme ruimte is indrukwekkend.
We wandelen naar het stadscentrum en besluiten een kopje koffie aan de boulevard
te nuttigen. Het is vandaag zondag, dus iedereen is op zijn of haar paasbest.
In plaats van saaie schooljurken zien we een scala aan bonte kleurenpracht in
de kleding van de passanten; de voorliefde voor felle en bonte kleuren blijft in alle Zuidzee-landen
die we tot nu toe bezochten opvallen.
Wie weet is dat wel de reden waarom iedereen lachend en vriendelijk groetend rondloopt.
Een 3-jarig jongetje op de schommel naast ons kijkt ons eerst verlegen aan, maar naarmate
de schommel hoger komt roept hij steeds als hij ons voorbijzwaait "Hi!".
Wij roepen vrolijk terug; zwaaien, zo besluiten we, zullen we maar niet. Stel dat hij
enthousiast terug gaat zwaaien; voor je het weet ligt hij op zijn snufferd.
De duwende dame achter de schommel blijkt Rose en zijn tante te zijn; zijn naam is
David. Zo leren we even later, als ze er gezellig bij komen zitten.
Ze vertelt honderduit; zoals het hoort is ze vandaag, samen met haar 7 broers en zussen,
aanhang en 8 kleinkinderen op bezoek bij het ouderlijk huis, waar ze zojuist
hebben geluncht. Momenteel lopen ze allemaal ergens door het park rond, en zij
is benoemd tot oppas voor 3 van de kinderen van haar zus, waaronder de trots tussen Mieke en Rose
gezeten David. We keuvelen nog wat over het onderwijs op Vanuatu en ze wijst ons nog
wat zussen en broers aan die rondwandelen langs de boulevard.
We wandelen verder en besluiten nog even naar de one-stop-shop te lopen.
Onderweg passeren we een naai-atelier waarvan de deur uitnodigend openstaat.
Van de 14 (!) werkplekken zijn er op zondagmiddag 2 bezet.
De honderden jurken aan de wand zijn, zo vernemen we van Regina, allemaal
te koop en gemaakt in dit atelier. Het is een kleurig spektakel om de
naaisters heen. Ze maken niet vaak op bestelling, zo horen we, maar
naaien een jurk in elkaar in enkele maten. En dan maar hopen dat die
een toevallige passant past (het winkeltje ligt enkele honderden meters
uit het centrum dus dat zullen er niet veel zijn, zo denken we).
Wanneer we later in ons guesthouse arriveren is er, zoals ook vorige week, een taekwondo-les
bezig in onze voortuin. Uitbundig meppen, slaan en schoppen de kinderen in het rond,
onder het slaken van bloedstollende kreten.
Laat in de avond zien we onze buurma in onze voortuin actief. Hij heeft een zaklamp waarmee
hij zoeken rondschijnt. In zijn ander hand heegt hij een grote stok, waarmee hij
in het rond zwiept
Na een kwartiertje wordt het weer rustig; als hij terugkeert naar zijn kamer vragen we
hen wat de commotie veroorzaakte. Blijt dat er 2 zeer giftige zeeslangen in de tuin zaten!
"Maar maak je geen zorgen; ik heb ze de zee weer ingezwiept".
Als ik de volgende ochten grappend vraag of hij vannacht nog meer de zee in had gezwiept
vertelt hij dat er vanochtend weer een zeeslang pal voor onze deur zat!
|
|