| |
Het is al voor in de middag wanneer we besluiten om toch nog even de stad in te gaan.
Port Vila bruist, iedereen lacht vriendelijk, in bijna elke winkel die we binnenlopen
wordt belangstellend geïnformeerd waar we vandaan komen, hoe lang we nog blijven en
hoe we erop komen om uitgerekend Vaunuatu te bezoeken, alle schoolkinderen die we passeren
roepen dapper hallo en wanneer we wuivend iets terugroepen wordt er vrolijk gelachen.
We kunnen het echt aanraden, een wandeling van een half uurtje door Port Vila tovert
geheid een glimlach op je gezicht.
We willen niet onvriendelijk klinken, maar wat zijn wij Nederlanders dan toch een
stelletje chagerijnen. En we vragen ons af of we, wanneer we weer Nederlands grondgebied
onder de voeten hebben, ook binnen enkele weken weer met een norse uitdrukking
rond gaan lopen.
De volgende ochtend kunnen we weer van een mals buitje genieten. Nee wacht, daar is nummer twee.
De lucht kleurt steeds donkerder, het onweer rommelt en laat af en toe krakend horen
dat het erger kan. Bij drie en vier volgen elkaar daarna snel op.
Een uurtje later, om het af te leren, gaan de hemelsluizen opnieuw openen.
We besluiten de rest van de dag dan maar thuis te blijven. Met een kort uitje (zonder buitje)
naar de supermarkt om de hoek...
Zaterdag is zo'n dag die voorbij is voor we het weten.
Peter, onze gastheer, komt onze deur repareren, we werken aan de website (jaja, en daar pluk jij de
vruchten van!), gaan nog even winkelen (door alle extra regen, ook vandaag weer, is de kiezelweg naar
de hoofdweg weer redelijk onbegaanbaar) en dan wordt het alweer tijd voor het diner.
Eigenlijk houden we daar niet van, zo'n niets-bijzonders-dag. Dagen zijn veel te
kostbaar om daar op deze wijze mee om te springen!
|
|