| |
We bezoeken vandaag het Nationaal Museum van Vanuatu. Ofwel, in Bislame, de lokale taal:
Nasional Miusium Blong Vanuatu. Waaraan direct te zien is dat Bislama een op het Engels
gebaseerde creooltaal die in Vanuatu fungeert als lingua franca. Verder worden op de eilanden
meer dan 100 talen gesproken; met slechts 300.000 inwoners is dat een gemiddeld aantal
gebruikers per taal van 1.000, waarmee het land een van de hoogste taaldiversiteiten ter
wereld heeft.
We betalen de entree van 1.000 vatu pp en lopen een grote en hoge ruimte in die het
totale museum herbergt. Buiten stond een aankondiging over zandtekening demonstraties,
één van de aspecten die ons naar het museum lokte (niet dat daar veel voor nodig is)
en we vinden al snel enkele rijen met banken en stoelen waar de demonstratie plaats
moet vinden, getuige ook het grote zandbord op de vloer. Van een demo is niets te bekennen
noch wordt er iets aangekondigd, dus vragen we de vriendelijke mevrouw aan de kassa.
'Wait a moment', zegt die en verdwijnt het museum in.
Enkele minuten later verschijnt Junior, de laatste telg van een beroemde zandtekenfamilie
van Pentecost, één van de Vanuaanse eilanden. Druk sprekend in Engels van een zwaar
dialect (dus moeilijk te verstaan) praat hij over zijn vader, die hem de zandtekenkunst
heeft geleerd, zijn leven, zijn dromen (hij wil reizen en wat van de wereld zien) en de zandtekenkunst. Moeiteloos tekent hij
enkele complexe figuren in zijn zandtafel die hij even moeiteloos weer wist.
Van onze neiging om mooie dingen te bewaren heeft hij helemaal geen last; tenslotte ligt
de vorm van die complexe geometrische figuren (en daarmee de betekenis) al generaties
lang vast en kan hij de tekening zo weer opnieuw leggen.
We kijken een tijdje geboeid toe en wensen hem het allerbeste
De collectie van het museum is redelijk uitgebreid en, zoals gewoonlijk, maar moeizaam te duiden.
Uitleg is vaak niet aanwezig of zo verbleekt dat hij nog amper leesbaar is, de vitrines zijn aangeslagen
zodat we nog maar net de voorwerpen kunnen onderscheiden en eventuele aanwezige teksten
helemaal niet kunnen lezen.
Behalve de zandtekenkunst zullen ons twee zaken bijblijven, van dit museum. Allereerst een aantal
meer dan manshoge trommels, in vroeger tijden in gebruik om te communiceren met alle stamleden.
Maar meer nog dan de trommels fascineert ons een uitgebreide collectie foto's, die rond 1919
gemaakt zijn door Osa en Martin Johnson, een fotograven-echtpaar die begin vorige eeuw
een tweetal expedities naar de Zuidzee-eilanden uitvoerden, een tijd op de eilanden vertoefden en het
dagelijkse leven in zwart-wit foto's vastlegden. De foto's zijn verbleekt, de teksten (die warempel OP
de foto's zijn geplakt) nog maar net leesbaar en als klap op de vuurpijl staan de foto's onder de raampartijen
waardoor ze door het tegenlicht nog moeilijker zichtbaar zijn.
Toch geven ze een haarscherp en indringend tijdsbeeld weer.
Naast het museum ligt de Nationale Bibliotheek, waar we ook even binnenkijken.
Er hangen schilderijen aan de muren van de grote hal, zonder aanvullende informatie als
jaar, kunstenaar of titel. We gaan er maar van uit dat het lokale en talentvolle kunstenaars zijn.
De bibliotheek ligt boven en bezit, voor zover wij kunnen ontdekken, nog geen 150 boeken.
Verder zien we 2 leerlingen van een school hun huiswerk maken, en is één van de drie digitale werkplekken bezet door
een derde leerling. 150 boeken. Allemaal in het Engels. Als nationaal bezit!
Wij worden daar een beetje triest van...
Op weg naar de one-stop-shop pauzeren we nog even voor koffie. Er ligt een groot cruiseschip in de haven
en iedereen neemt aan dat we daar bij horen. Typisch, maar, zoals we al zeiden, veel toeristen zijn hier
niet...
|
|