| |
Vandaag laten we dit fantastische plekje alweer achter ons! Na een stevig ontbijt met de enige
andere gast, Cristina uit Wenen, krijgen we van gastheer Liano nog een rondleiding
door zijn achtertuin, waar wel 15 wilde maar voedzame planten en bomen groeien.
Daarna een uurtje met de bus naar Salelologa, de veerboothaven van het eiland Savai'i waar de
veerboot naar Mulifanua op op het eiland Upolu vertrekt. Op dat eiland ligt ook de
hoofdstad Apia en Faleolo International Airport.
De luxe en grote veerboot waarmee we kwamen vaart niet, op dit uur. In plaats daarvan kunnen we
met een vrachtschip mee, samen met een 15-tal andere passagiers.
Als we aan boord gaan blijkt het passagiersgedeelte te bestaan uit een viertal houten bankjes met uitzicht
op het laaddeck op een soort tussendekje. De beschutting bestaat uit een overhangende rand.
Wanneer wij arriveren wordt er snel plaats gemaakt zodat we op een bankje kunnen zitten.
De boot is nog maar net uitgevaren als het begint te regenen. Wat miezer, eerst, maar al
snel worden de hemelkranen verder opengedraaid en worden we langzaam doorweekt.
Dat is toch niet echt de bedoeling - tenslotte zijn wij toeristen en gemaakt van suikerwerk dat smelt
in de regen. Dus worden we, samen met een moeder met kind, naar binnen gehaald en mogen we
plaatsnemen in de bemanningskombuis. Een viertal leden van de bemanning die net verwikkeld zijn
in een kaartspel maken direct plaats voor ons.
Na een uurtje of twee arriveren we in Mulifanua waar we een directe busaansluiting nemen naar Apia.
Weer een uurtje later arriveren we op het busstation in Apia, en vanaf daar wandelen we naar ons
hotel, Apaula Heights Lounge, tegen de heuvels achter Apia en een kilometer of drie van het busstation.
De laatste vijfhonderd meter gaat het redelijk steil naar boven, en dan arriveren we op de plek
waar volgens Google ons hotel moet staan. We zien een volleybalveld annex parkeerplaats, met
daarachter een ijzeren poort en daar weer achter een trap die zich tussen de struiken
een weg omhoog zoekt. Daarnaast staat een gebouwtje waarop een bord dat het (wat 'het' ook moge zijn)
in het weekend gesloten is. En het ís zaterdag. Of dit gebouwtje bij het hotel hoort weten we niet...
Een buurvrouw wandelt voorbij en vertelt ons dat het ijzeren hek wel degelijk naar het hotel
leidt, maar dat er een onbekend aantal woeste honden achter het hek rondloopt.
Er arriveren enkele jongens voor het volleybalveld (getuige een volley-bal die ze
bijhebben). Onze buurvrouw spreekt de jongens aan of zij een oplossing hebben voor
ons probleem. Één van de jongens weet er wel wat op en begint naar boven te schreeuwen.
Even later wordt teruggeschreeuwd, en nog een minuutje later verschijnt een meisje
dat ons begeleidt de trap of. Inderdaad passeren we onderweg een 4-tal honden, die ons druk
besnuffelen en al snel gezelschap krijgen van nog 4 honden.
Een aansnellende mevrouw schrijft ons in en wijst ons onze bungalow, de enige, volgens ons,
van het complex. Toilet en douche zijn buiten, in de tuin.
De bungalow is verder compleet uitgerust met wastafel, bed, koffie, thee, waterkoker, en op het balkon
een zitje met een koelkast. Als we iets nodig hebben moeten we maar roepen.
We vragen nog even naar de wifi-code, en houden het verder voor gezien. Diner, koffie,
even kletsen en we liggen er al vroeg in.
De volgende dag schuiven we om negen uur aan voor het ontbijt. De enige andere gast blijkt een
in Australië woonachtug meisje uit Vietnam, Phuong, waarmee we uitgebreid van gedachten wisselen.
Wij bieden haar onze vier worsten (en echt geen kleintjes!) aan, wij mogen van haar de bananen hebben.
Ze vertelt dat ze nu nog in Melbourne woont maar binnenkort teruggaat naar Vietnam, naar de oude
keizerlijke hoofdstad Hué, waar ze als gids op gaat treden. En als we een keertje naar Vietnam
reizen moeten we haar daar beslist bezoeken!
We besluiten een dagje in het hotel te blijven om wat achterstallig onderhoud op de
planning en de website uit te voeren. De mevrouw die ons gisteren inschreef zien we niet
meer, wel twee meisjes, Mornits en Sia, die naar eigen zeggen belast zijn met onze zorg.
We zijn de enige gasten, Phuong is direct na het ontbijt vertrokken.
Het hotel heeft zijn beste tijd al jaren geleden achter zich gelaten; we vragen ons af
hoe de overige kamers er uit zien. De bar is al jaren niet meer gebruikt, het restaurant
annex ontbijtzaal annex lounge annex bar annex receptie annex (denken we) slaapzaal
voor onze twee meisjes is wel overdekt maar heeft slechts aan twee kanten een muur,
de rest is open. De in de gemeenschappelijke bibliotheek aanwezige boeken zijn hopeloos vermolmd,
overal ligt stof, hangen spinnenwebben en slingert afval rond. De TV ziet er dan weer
wel nieuw uit.
We zetten ons aan een tafel en gaan aan het wek. Een uurtje later komt Sia vragen of we
koffie willen, en tien minuten later krijgen we die geserveerd. Met een zestal pannenkoeken met
stroop.
Anderhalf uur later vraagt ze opnieuw of we koffie moeten, en ditmaal wordt er toast, boter, jam en pindakaas
bij geserveerd.
Het werk schiet intussen goed op, 's avonds genieten we van het diner en nog meer koffie.
Ons bevalt dit verzorgingsniveau wel!
|
|