>

  2026     21 & 22 Februari

Van Namase (Samoa) naar Apia (Samoa) &
Hoteldagje

Vorige blog   Historie  



Vandaag laten we dit fantastische plekje alweer achter ons! Na een stevig ontbijt met de enige andere gast, Cristina uit Wenen, krijgen we van gastheer Liano nog een rondleiding door zijn achtertuin, waar wel 15 wilde maar voedzame planten en bomen groeien.
Daarna een uurtje met de bus naar Salelologa, de veerboothaven van het eiland Savai'i waar de veerboot naar Mulifanua op op het eiland Upolu vertrekt. Op dat eiland ligt ook de hoofdstad Apia en Faleolo International Airport.
De luxe en grote veerboot waarmee we kwamen vaart niet, op dit uur. In plaats daarvan kunnen we met een vrachtschip mee, samen met een 15-tal andere passagiers. Als we aan boord gaan blijkt het passagiersgedeelte te bestaan uit een viertal houten bankjes met uitzicht op het laaddeck op een soort tussendekje. De beschutting bestaat uit een overhangende rand. Wanneer wij arriveren wordt er snel plaats gemaakt zodat we op een bankje kunnen zitten. De boot is nog maar net uitgevaren als het begint te regenen. Wat miezer, eerst, maar al snel worden de hemelkranen verder opengedraaid en worden we langzaam doorweekt. Dat is toch niet echt de bedoeling - tenslotte zijn wij toeristen en gemaakt van suikerwerk dat smelt in de regen. Dus worden we, samen met een moeder met kind, naar binnen gehaald en mogen we plaatsnemen in de bemanningskombuis. Een viertal leden van de bemanning die net verwikkeld zijn in een kaartspel maken direct plaats voor ons.
Na een uurtje of twee arriveren we in Mulifanua waar we een directe busaansluiting nemen naar Apia. Weer een uurtje later arriveren we op het busstation in Apia, en vanaf daar wandelen we naar ons hotel, Apaula Heights Lounge, tegen de heuvels achter Apia en een kilometer of drie van het busstation. De laatste vijfhonderd meter gaat het redelijk steil naar boven, en dan arriveren we op de plek waar volgens Google ons hotel moet staan. We zien een volleybalveld annex parkeerplaats, met daarachter een ijzeren poort en daar weer achter een trap die zich tussen de struiken een weg omhoog zoekt. Daarnaast staat een gebouwtje waarop een bord dat het (wat 'het' ook moge zijn) in het weekend gesloten is. En het ís zaterdag. Of dit gebouwtje bij het hotel hoort weten we niet...
Een buurvrouw wandelt voorbij en vertelt ons dat het ijzeren hek wel degelijk naar het hotel leidt, maar dat er een onbekend aantal woeste honden achter het hek rondloopt. Er arriveren enkele jongens voor het volleybalveld (getuige een volley-bal die ze bijhebben). Onze buurvrouw spreekt de jongens aan of zij een oplossing hebben voor ons probleem. Één van de jongens weet er wel wat op en begint naar boven te schreeuwen. Even later wordt teruggeschreeuwd, en nog een minuutje later verschijnt een meisje dat ons begeleidt de trap of. Inderdaad passeren we onderweg een 4-tal honden, die ons druk besnuffelen en al snel gezelschap krijgen van nog 4 honden.
Een aansnellende mevrouw schrijft ons in en wijst ons onze bungalow, de enige, volgens ons, van het complex. Toilet en douche zijn buiten, in de tuin. De bungalow is verder compleet uitgerust met wastafel, bed, koffie, thee, waterkoker, en op het balkon een zitje met een koelkast. Als we iets nodig hebben moeten we maar roepen.

We vragen nog even naar de wifi-code, en houden het verder voor gezien. Diner, koffie, even kletsen en we liggen er al vroeg in.

De volgende dag schuiven we om negen uur aan voor het ontbijt. De enige andere gast blijkt een in Australië woonachtug meisje uit Vietnam, Phuong, waarmee we uitgebreid van gedachten wisselen. Wij bieden haar onze vier worsten (en echt geen kleintjes!) aan, wij mogen van haar de bananen hebben. Ze vertelt dat ze nu nog in Melbourne woont maar binnenkort teruggaat naar Vietnam, naar de oude keizerlijke hoofdstad Hué, waar ze als gids op gaat treden. En als we een keertje naar Vietnam reizen moeten we haar daar beslist bezoeken!

We besluiten een dagje in het hotel te blijven om wat achterstallig onderhoud op de planning en de website uit te voeren. De mevrouw die ons gisteren inschreef zien we niet meer, wel twee meisjes, Mornits en Sia, die naar eigen zeggen belast zijn met onze zorg.
We zijn de enige gasten, Phuong is direct na het ontbijt vertrokken. Het hotel heeft zijn beste tijd al jaren geleden achter zich gelaten; we vragen ons af hoe de overige kamers er uit zien. De bar is al jaren niet meer gebruikt, het restaurant annex ontbijtzaal annex lounge annex bar annex receptie annex (denken we) slaapzaal voor onze twee meisjes is wel overdekt maar heeft slechts aan twee kanten een muur, de rest is open. De in de gemeenschappelijke bibliotheek aanwezige boeken zijn hopeloos vermolmd, overal ligt stof, hangen spinnenwebben en slingert afval rond. De TV ziet er dan weer wel nieuw uit.
We zetten ons aan een tafel en gaan aan het wek. Een uurtje later komt Sia vragen of we koffie willen, en tien minuten later krijgen we die geserveerd. Met een zestal pannenkoeken met stroop.
Anderhalf uur later vraagt ze opnieuw of we koffie moeten, en ditmaal wordt er toast, boter, jam en pindakaas bij geserveerd.
Het werk schiet intussen goed op, 's avonds genieten we van het diner en nog meer koffie. Ons bevalt dit verzorgingsniveau wel!



© www.wijzijnerwegvan.nl 2024

Home