| |
We nemen vandaag de bus neer het centrum van Port Vila.
Daartoe wandelen we eerst een meter of 300 naar de verharde weg, en daar steken we
onze hand op om een busje te laten stoppen. In Port Vila wordt het openbaar vervoer
verzorgd door kleine privé-busjes waarvan er honderden over de achter-, binnen-, hoofd-
en andere wegen rijden. Van ons guesthouse naar het centrum van Port Vila is een
kilometer of vijf; een enkele busrit kost 150 vatu, ofwel 1,20 euro. Daar, zo vinden wij,
kun je niet voor gaan lopen.
We worden binnen 1 minuut opgepikt en afgezet in het centrum, en in Port Vila is dat nog geen
honderd meter van de zee. We kijken wat winkeltjes, kopen een lavalava en wandelen
naar de kleurrijke markt.
Wat ons dan al opgevallen is: Vanuatu is een stuk toeristischer dan
onze vorige Stille-Zuidzee-eilanden Fiji, Samoa of Tonga. Dit eiland blijkt met name in
Australië erg populair als vakantiebestemming, al hebben we tot nu toe nog geen
Ozzie gespot.
We wandelen verder langs de kade en horen van een watertaxistuurman dat hij één andere Nederlandse
kent in Port Vila, de eigenaresse van Jill's Café. Nederlandse toeristen komen,
zo beweert hij, niet op Vanuatu.
Op een veldje achter een parkje zien we zomaar een 15-tal inwoners bezig met jeu-de-boules,
voor ons een duidelijk bewijs ven een Frans stukje historie.
We kopen nog wat voedsel en nemen daarna weer een busje terug naar ons guesthouse.
De avond valt, de golven ruischen. Ver weg klinkt nog wat populaire muziek.
Gericht op toeristen, aan de deuntjes te horen: er zit geen noot reggae bij.
De volgende dag breekt stralend aan. Even.
Aan de horizon kleurt het donker, in de verte klinkt gerommel. Ach, denken we nog, het waait
wel over.
Voor de liefhebbers van buienalarm en andere weersvoorspellende apjes even een opmerking.
Volgens alle weer-apjes die we op onze telefoon hebben regent het hier. Steeds en intensief.
De weerradar bespeurt geen wolkje aan de hemel maar de neerslag het komende uur bedraagt
5 millimeter. En die voor het volgende uur zelfs 8 millimeter. De hele dag door. Het is tenslotte moesson,
denkt ons apje. Terwijl wij, als we onze
fantasie gebruiken, tegen drie uur 's middags een drupje voelen. Heel even.
Ondanks het feit dat het hier moesson is en laagseizoen vinden wij het meestal aangenaam.
Soms is de hoge luchtvochtigheid gepaard aan een tropisch blakerende zon warm, erg warm.
Maar de neerslag valt vaak 's nachts of in een geïsoleerd buitje (nou ja, bui dan) en daarna klaart
de boel weer op.
Dat ligt vandaag, zo blijkt, anders. De kiezelweg naar ons guesthouse is al snel overstroomd terwijl
de ene stortbui na de andere zich ontlaadt. In het zwembad, wat helemaal leeg stond, is
de volgende ochtend 20 centimeter water aanwezig!
Maar onder onze overdekte veranda, uitkijken over tuin en zee, is het aangenaam toeven.
We eten, drinken, kletsen, lezen, spelen een spelletje, werken en kijken naar de
neergutsende regen.
En tegen half vijf besluiten we om de 400 meter naar het dichtsbijzijnde supermarktje
af te leggen. Omzichtig laveren we om de plassen, gehuld in plastic regenjasjes
aangeschaft tijdens een soortgelijke buiïge dag op Bali. In de supermarkt is met
opengescheurde kartonnen dozen een extra tapijt aangelegd. We kopen onze
boodschappen en laveren weer terug. Heel even stopt de regen.
Het leven, zo denken we, is mooi!
|
|