| |
Vandaag vieren we een feestje. Ach, laten we elkaar niet voor de gek houden, eigenlijk
vieren we elke dag een feestje.
In Nuku'alofa hebben de meeste straten een trottoir. Die wordt dan wel elke 40 meter
onderbroken door een oprit. Die is hoogst zelden betegeld; meestal is er in een ver
verleden wat grint op geworpen en vaak loopt de boel bij het eerste buitje al onder water.
Ons trottoir wordt verder opgesierd met een put, zowat elke 50 meter.
Bij de aanleg waren die allen voorzien van een putdeksel. Voor zover die van beton
waren is bij de meeste putten nog wel een overblijfsel hiervan aanwezig, samen
met wat ijzervlechtwerk dat het beton structuur gaf. De meeste metalen deksels schijnen
in de loop der jaren andere bestemmingen te hebben gekregen en hebben daarmee het
straatbeeld verlaten.
Verder wordt ons trottoir bezet met tijdelijk opgetrokken winkeltjes waar de producten
uit de achtertuin te gelde worden gemaakt, auto's, vuilnis-emmers, -bakken en -zakken,
lantaarnpalen, verkeersborden en verzakkingen. We hebben begrepen dat de moesson
elk jaar weer kuilen veroorzaakt in straten, wegen en trottoirs en met het beschikbare
budget voor wegenonderhoud is het dweilen met de kraan open.
Verder staan de trottoirs op bepaalde plekken na elke regenbui onder water,
wat tijdens het opdrogen in de dagen daarna een glibberige smurrie achterlaat.
Maar laten we de hoofdzaak niet uit het oog verliezen en niet te veel zeuren: er IS een trottoir!
En tijdens ons ommetje blijven we ons verwonderen over het leven op Tonga.
En zijn we, samen met alle Tongalezen die we ontmoeten, blij. Want echt: het
geeft af!
|
|