Haspelen met taal

Olhão, 2 februari 2005

 

Overwinteren op een camping in Portugal werkt anders dan in Spanje. Een belangrijk verschil was het ontbreken van grenzen tussen de verschillende nationaliteiten. Hokten in Spanje de Nederlanders nog met de Nederlanders, de Duitsers met de Duitsers, de Engelsen met de Engelsen en de Italianen met de Italianen, in Portugal werd volstrekt niet gekeken naar nationaliteit. Ook al leidde dit af en toe tot Babylonische taferelen, leuk was het in ieder geval wel. Vooral kettinggesprekken leidden vaak tot grappige onbegrijpelijkheden: je vraagt een Fransman of hij weet wat voor weer het morgen wordt, die vraagt het in het Italiaans aan een Italiaan, die in het Duits gebarend informeert bij een Engelsman, die vervolgens in het Engels de kwestie doorspeelt aan een Portugees, die in zijn moedertaal een vertaling verzorgt voor een landgenoot die misschien wel de uitkomst gaat verschaffen. Wat je dan ook uiteindelijk voor antwoord terugkrijgt via zo’n keten heeft in ieder geval geen betrekking meer op het weer van morgen!  

 

Wat ons betreft zorgde vooral onze Franse achterbuurvrouw voor spraakverwarring. Om een voor ons nooit duidelijk geïdentificeerde reden was zij er van overtuigd dat onze beheersing van de Franse taal minstens zo goed was als die van haar, met als gevolg dat ze telkens als we haar tegen het lijf liepen in rap Frans verhalen tegen ons ging afsteken.

Door op de juiste plekken opmerkingen als “Mais non!” of “Oui, naturellement” te plaatsen lukte het ons om een vriendelijk, zelfs hartelijk contact op te bouwen, zonder dat we ooit de precieze strekking van haar verhalen begrepen.

 

 

Op een ochtend zaten we samen met de broer van Mieke, die een paar daagjes was overgevlogen, gezellig buiten te ontbijten toen we een groepsfoto wilden maken. Daartoe plaatsen we het fototoestel op de afvalcontainer aan de overzijde van de straat, stelden de zelfontspanner in en namen weer plaats aan de ontbijttafel.

Precies op dat moment verscheen de Franse achterbuurvrouw ten tonele, die - zoals altijd enthousiast tegen ons pratend - op de container toeliep. Wij gebaarden druk naar de camera, maar zij liep glimlachend en niet-begrijpend verder het pad op. Juist op het moment dat ze de camera vóór zich ontwaarde, drukte het toestel af. Hilariteit alom.

De buurvrouw bood aan om zelf de foto van ons te nemen, dat was veel handiger. Prima. We overhandigden haar de camera met de toelichting welke knop te gebruiken om af te drukken. Met het toestel op armlengte strak voor zich uit geplaatst, bewoog ze zich zijwaarts voorzichtig enige passen naar links, dan deed ze meerdere stappen naar rechts om daarna terug te keren naar de oorspronkelijke positie.

Denkend dat ze de best mogelijke plek zocht van waaruit te foto te nemen, riepen wij haar nog wat aanwijzingen toe. Ze antwoordde niet. Met stijgende belangstelling zagen we haar met gestrekte armen de camera langzaam van boven naar beneden bewegen, bedachtzaam nogmaals hetzelfde traject heen en terug afleggen, intussen ons over het schermpje heen onafgebroken in het oog houdend. Tenslotte liep ze in deze houding ook nog even langs haar eigen caravan. Daarna kregen we het toestel terug. Zonder foto!

Na enig beraad begrepen we dat ze dacht dat het een videocamera was…

 

Alaaf!

Loulé, 6 februari 2005

 

Loulé is wereldberoemd vanwege het carnaval. Als je er nog nooit van hebt gehoord, dan zou de verklaring kunnen liggen in het feit dat deze opmerking in een Portugese reisgids staat; laten we zeggen dat het wereldberoemd is in Portugal. Volgens dezelfde gids vindt het Braziliaanse carnaval haar wortels in Loulé, dus wij waren benieuwd. Een belangrijk verschil dachten we al snel te hebben gevonden – toen we tegen vieren ter plaatse arriveerden wees de thermometer nog een magere 12 graden aan en dat leek ons niet de ideale entourage voor een zwoel tropisch carnaval.

Per persoon mochten we een luttele 2 euro doneren in ruil voor een bilhete waarmee we een met schuttingen afgezet parcours konden betreden om ons te mengen onder het publiek waaronder vooral veel elfen en prinsesjes. Hier schalde ons de salsa- en merenguemuziek tegemoet! Hoezo, niet zwoel of tropisch! Hoezo, 12 graden! De optocht bleek een buitengewoon swingend en opwindend feest te zijn, met praalwagens en prachtig uitgedoste en ondanks de koude vaak zeer schaars geklede loopgroepen.

 

 

Als rasechte Brabanders hebben wij al heel wat carnavalsoptochten voorbij zien komen, en ja, Loulé had iets wat je bij ons nog zelden ziet. Verreweg de meeste deelnemers keken zo verrukt, zo blij, met zo’n stralende lach dat je daar alleen al warm en gelukkig van werd. De lol spetterde er echt vanaf.

Carnaval in Loulé. Vasten zeker !

 

 

Het Randje van de Aarde

Sagres, 7 februari 2005

 

Daar waar het land eindigt en de zee begint, zo bezingt de dichter Camões de kaap van São Vicente. In de middeleeuwen hield hier de wereld op en dat is nog altijd te zien!

Als je vanaf de voet van de vuurtoren je blik langs de 62 meter diepe afgrond laat afglijden naar de woeste zee die met hoge waterfonteinen op de klippen te pletter slaat terwijl de wind om je oren huilt en donkere wolkenformaties zich om je heen in zware regenbuien ontladen, dan is het helemaal niet moeilijk je voor te stellen dat de wereld hier zou eindigen.

Jaarlijks schijnen hier zo’n 10 vissers om te komen doordat ze van de torenhoge kliffen in zee storten. Je kunt wel zeggen, dat dit einde dus voor sommigen letterlijk het geval is.

Nu we de Kaap hebben gezien, en de manier waarop de hengelaars af en toe op het randje balanceren om hun vishaak 60 meter lager te ontwarren van het zeewier vinden we het eigenlijk nog een bescheiden aantal.

Zes kilometer verderop ligt Sagres, waar Hendrik de Zeevaarder zijn zeevaartschool stichtte en de weg bereidde voor de ontdekkingsreizen van Columbus en Vasco da Gama.

Als je heden ten dage een bezoek brengt aan deze school kun je nog steeds een kleine ontdekkingsreis maken. Het rotsplateau dat 60 meter boven de zeespiegel ligt, is op meerdere plaatsen de eeuwige strijd met het water aan het verliezen zodat je prachtige doorkijkjes krijgt naar het wilde water beneden. Je moet natuurlijk wel opletten dat je niet in zo’n gat dondert. Want ook dan ontdek je het einde van de wereld…

 

Nederlandse invloeden

Lagos, 15 februari 2005

 

In Lagos vonden we niet alleen een Nederlandse friettent met een ruime sortering Hollandse snacks, maar ook een Nederlandse winkel met haring, appelmoes, boerenkool met worst en een overvloedig assortiment Indonesisch eten. Ook Hollands.

 

Wij verbleven op camping “Turiscampo”, en kregen bij onze inschrijving twee consumptiebonnen voor een welkomstdrankje in de campingbar. Glad vergeten natuurlijk. Toen we na een paar weken de bonnen weer tegenkwamen, besloten we om deze dan maar eens om te zetten in vloeibare vorm. Diezelfde avond nog liepen we binnen bij de bar annex restaurant. Een grote staande menukaart beloofde ‘tomatensoep mét balletjes’.

De barman bleek een Engelsman te zijn die het vak in Nederland had geleerd, en dus een aardig woordje Hollands sprak. De kok wás gewoon een Nederlander, en het enige ander stel dat aan de bar zat kwam uit… jaaaa. Uit Nederland.

We hadden een erg genoeglijke avond, dus gingen we een drietal dagen later weer eens een avondje in de bar hangen, ditmaal zonder het excuus van de drankbonnen.

Behalve de Nederlands sprekende barman en de Nederlandse kok waren er dit keer nog drie andere bezoekers aanwezig. Allereerst een Hollander die aan de Algarve resideerde en onder meer de kost verdiende door samen met zijn vrouw als zangduo op te treden. Hij was druk bezig een aantal voorstellingen voor het komende zomerseizoen te regelen.

De tweede gast bleek een hulpje van de kok te zijn, en tevens de zoon van het zangduo. Ook Nederlands, dus. Je begrijpt dat er in de bar Nederlands werd gesproken.

We hadden dan ook een beetje medelijden met de derde gast, een donkere jongen die gebogen over zijn pilsje zwijgend aan de bar voor zich uit zat te staren. Het zal je maar gebeuren: denk je een gezellig avondje te gaan stappen in de plaatselijke dorpskroeg, zit iedereen opeens Grieks te praten.

We spraken hem aan in het Engels. “Dzjeez. This must be very boring for you. Everyone is speaking Dutch”. Vanaf zijn barkruk draaide hij zich naar ons om. “Welnee joh. Geen probleem, hoor. Ik kom uit Suriname”.  

 

Nederlands. Echt waar. Overal.

 

Saab esta Kaput – deel 3

Albufeira, 18 maart 2005 – 18 april 2005

 

Opgewekt waren we met de auto en de caravan onderweg van de Algarve naar Évora, toen de boordcomputer de ons inmiddels overbekende “ping” liet horen, ten teken dat er iets mis is met de auto. Hoewel de computerdisplay zoveel pixels miste dat noch de signaalcode noch de begeleidende tekst geheel konden worden ontcijferd, dachten we voldoende gevoel voor onze auto te hebben ontwikkeld om direct te concluderen dat de koeling weer voor problemen zorgde.

 

 

Zodra we de wagen op de vluchtstrook tot  stilstand brachten, stroomde het water met liters tegelijk weg. Natuurlijk waren wij niet onvoorbereid aan deze tocht begonnen; we hadden ons voorzien van minstens 35 liter extra water, maar we moesten nog ruim 200 kilometers aan heuvels en dalen doorkruisen. Een tiental kilometer verderop besloten we bij een benzinestation de ACP in te schakelen, de Portugese wegenwacht.

 

Na bijna drie uur te hebben rondgehangen in de zetels van de Saab, kwam de ACP voorrijden met een sleepwagen. Zelfs Jerry, die van de gelegenheid gebruik had gemaakt om een uiltje te knappen, vond het allemaal wat lang duren.

 

 

De man van de wegenwacht sprak enkel Portugees. Hij wierp een korte blik op de motor, nam zijn mobiel en belde zijn kantoor waar iemand werd gevonden die zich in een wilde bui in het verleden de basisbeginselen van de Engelse taal had eigen gemaakt. Na wat heen en weer gepraat kregen we de telefoon in handen gedrukt en werden ons drie alternatieven voorgehouden.

Allereerst konden we worden getransporteerd naar Faro, waar de dichtstbijzijnde Saab-garage was, een kleine 100 kilometer terug naar het zuiden. Dat zou ongeveer 400 euro gaan kosten. Een tweede mogelijkheid was om ons naar Lissabon te slepen, zo’n 250 kilometer naar het noorden. Dan moesten we qua kosten toch wel op iets meer rekenen. We konden natuurlijk ook zélf naar Faro rijden – dan waren we 72 euro kwijt, voor de aan ons bestede tijd tot dan toe.

Het was al laat in de namiddag. Een nabijgelegen camping was er niet – de dichtstbijzijnde lag in Albufeira, zo’n 75 kilometer terug. Nadat we de mogelijkheden nog eens kort de revue lieten passeren, besloten we om zelf naar Albufeira te rijden. De wegenwachter gaf ons een redelijke kans om het te halen.

 

De avond begon al in te vallen toen we de tocht aanvingen. Op hoop van zegen. Het is niet fijn om met een caravan in het donker langs de autoweg te stranden. Met slechts één tussenstop om het koelwater aan te vullen, slaagden we er wonderwel in om twee uren later Albufeira binnen te rijden. We hadden geen idee waar de camping moest liggen. De schikgodinnen waren echter nu eens met ons: we reden er pal langs! Bij het schijnsel van onze zaklamp stalden we de caravan op het eerste het beste plaatsje. Morgen zagen we wel weer.

 

De volgende ochtend had de Duitse buurman een mooie vrijgekomen plek voor ons gespot. Met de auto verplaatsten we de caravan onverwijld naar de ‘Superplatz’. Wie wist hoe lang we hier zouden stranden, en zolang de auto in de garage was zouden we de caravan ook niet meer kunnen verzetten.

Nog een laatste 35 kilometer moesten we zien te overbruggen met de kaduke wagen, op zoek naar de garage in Faro. Waar die precies lag wisten we niet; wel hadden we de tip meegekregen dat de meeste autobedrijven bij de luchthaven waren gesitueerd.

 

De motor gedroeg zich goed totdat we het vliegveld in zicht kregen. De temperatuurmeter sloeg tegelijk met onze neuzen alarm; we roken een benzinelucht in de auto! Direct dus de auto langs de kant gezet. Er was nog genoeg koelvloeistof in het reservoir, dus we wisten eigenlijk niet wat het probleem was.

Overal om ons heen zagen we garages liggen; met de benenwagen gingen we op zoek naar de Saab vestiging. Na nagenoeg alle automerken gepasseerd te hebben, en hier en daar navraag te hebben gedaan, wist uiteindelijk de Toyota garage ons te vertellen dat nu juist Saab zich niet hier, maar in het noorden van Faro bevond. Het was slechts een paar kilometer. Moest toch lukken.

De benzinemotor was inmiddels afgekoeld en gaf een eigenaardig geluid ten beste, maar de auto wilde nog wel rijden. Net. En harder dan 20 km/uur ging hij niet meer. Tegen de tijd dat we de Saab werkplaats in zicht kregen, liep de wagen werkelijk op zijn laatste benen. De laatste meters moesten we hem echt dóórpraten. We parkeerden vóór het garagebedrijf en draaiden opgelucht de contactsleutel om.

 

 

Met achterlating van transportmiddel en telefoonnummer begaven we ons te voet naar het station van Faro, vanwaar we naar Albufeira spoorden. Het treinstation lag kilometers ver van de camping verwijderd, dus moest er ook nog een taxi aan te pas komen.

Het was vrijdag, met betrekking tot de auto verwachtten we geen verdere actie tot na het weekeinde.

 

Maandag 21 maart kregen we ons eerste telefoontje. De garage meldde dat de kogellagers van de wielophanging moesten worden vervangen. Dat gingen ze eerst doen, want anders konden ze niet met de auto proefrijden. De kogellagers moesten worden besteld, levertijd 3 tot 4 dagen. En daarna was het Pasen, dus het zou zeker nog een dag of 8 duren.

Op 28 maart kregen we bericht dat de kogellagers waren geleverd en gemonteerd. Bovendien hadden ze een lekke radiatordop vervangen. Waarop de motor maar op één cilinder liep, daar waren ze nog mee bezig.

Diezelfde dag kregen we nog bericht dat het euvel was gevonden. Er moesten nieuwe onderdelen voor worden besteld; levertijd 3 tot 4 dagen.

Op 31 maart werd ons meegedeeld dat het onderdeel nog niet binnen was. We kregen het advies om volgende week nog maar eens te bellen.

Op 4 april kregen we te horen dat de bestelling hen nog niet had bereikt. Misschien morgen. Ja ja, amanha dachten wij…

Op 5 april werd ons verteld dat het onderdeel binnen was en al was gemonteerd. Helaas bleken de problemen er niet door te zijn verholpen. Ze gingen verder zoeken.

Op 6 april kregen we een beetje kortaf te horen dat ze nog aan het werk waren met onze Saab. En hadden wij gisteren niet ook al gebeld?

Op 8 april besloten we het ANWB steunpunt in te schakelen. Zij telefoneerden met de garage en rapporteerden dat er een nieuw onderdeel was besteld, wat uit Zweden moest komen. Volgende week werd het binnen verwacht.

Op 12 april kwam eindelijk het verlossende bericht. De Saab was klaar. Kom hem maar ophalen. Saab? Welke Saab? O ja!

 

 

We informeerden naar de reparatiekosten, en die bleken pittig te zijn! Maar ja, wat wil je; drie keer onderdelen over laten komen (wij vermoedden uit Zweden), drie keer een diagnose stellen wat er met de auto mis was, vier weken stallingkosten (J)…

In ieder geval duurde het enkele dagen voor we een dergelijk bedrag bij elkaar konden pinnen; ondanks verzekeringen van onze bank dat er GEEN daglimiet stond op de te pinnen bedragen in Portugal slaagden wij er nergens in om meer dan 200 euro per dag uit de muur te halen. En een creditcard werd door de garage niet geaccepteerd; ze wilden cash!

Enkele automaten waren blijkbaar door het grote geld heen; we trokken dag na dag 40 briefjes van 5 euro uit de muur met als gevolg dat we op 18 april met centimeterdikke stapels bankbiljetten bij de garage aankwamen.

 

 

Op een ruim bemeten bureau mochten we samen met de caissière het geld in stapeltjes van honderd uittellen, natellen en controleren. Het proces strandde meermaals halverwege, doordat de kasjuffrouw tussendoor personeel en klanten te woord stond, waarna het tellen weer van voren af aan moest beginnen, maar na drie keer doorstarten waren we er doorheen.

Iedereen was het er over eens welk bedrag er lag, alleen… de rekening bleek nu opeens driehonderd euro hoger uit te vallen. Er was verzuimd om het arbeidsloon bij de rekening op te tellen toen ze ons telefonisch het eindbedrag van de factuur doorgaven!

En we hadden die dag onze limiet van 200 euro al gepind! Een suggestie van de garage om morgen maar terug te komen wezen we van de hand: heen en terug een afstand van 100 kilometer (trein, taxi, bus) vonden we te gek worden. En dat gold ook voor het aanbod om dan een huurauto mee te krijgen.

We bleven bij de kassa zitten, achter onze stapels bankbiljetten, terwijl inmiddels vijf betrokken personeelsleden stonden te overleggen wat te doen.

 

Uiteindelijk werd een bevriende zakenrelatie ingeschakeld: bij zijn tankstation moesten we over de limiet heen kunnen pinnen. We werden er door een monteur heen gereden  (in onze eigen Saab!) en slaagden er in om de resterende euro’s bij elkaar te sprokkelen. We mochten onze auto meenemen…     

 

Haastige extase

Loulé, 10 april 2005

 

Ongeveer twee kilometer buiten het centrum van Loulé ligt bovenop een heuvel een kerkje met de mooie naam Nossa Senhora da Piedade. De eerste keer dat we hier rondliepen was de heuvel ook de finish van een etappe van de Tour de Algarve. En we blijven voldoende Nederlands om blij te zijn met het feit dat de Rabo-ploeg deze etappe met overtuiging won; de eerste drie plaatsen waren voor Rabo-renners!

Twee maanden later kwamen we op dezelfde plek voor een andere race, de ‘Mãe Soberana’. Met Pasen wordt een beeld van de madonna naar beneden gedragen, en twee weken later wordt datzelfde beeld in processie weer de heuvel opgesjouwd.

Op het toeristenbureau hadden wij geïnformeerd naar de tijd waarop dit spektakel plaats zou vinden. Ze vertelden ons dat het om 16.00 uur zou zijn, maar we moesten eerder gaan, want anders konden we nergens meer parkeren. Vrienden van ons die ons ook een lift zouden geven (wij hadden geen auto) kregen op dezelfde vraag te horen dat het beeld om 17.00 uur naar boven zou worden gedragen. Waarschijnlijk wisten ze het niet precies.

In Portugal gaan ze anders om met tijd dan wij gewend zijn. Bij de bushalte bijvoorbeeld hangt geen dienstregeling. Er staat op een bord ‘gemiddelde wachttijd 30 minuten’, en dan zie je maar wanneer er een bus komt.

 

We besloten om 14.00 uur te vertrekken. Bij aankomst konden we op het praktisch lege parkeerterrein de auto makkelijk kwijt. De opgestelde tribunes waren nog nagenoeg leeg, tijd genoeg voor een kopje koffie. Daarna toch de heuvel op, richting de bedevaartskerk.

Het pad dat zich tegen de heuvel opslingerde waarop de kerk zich bevond, was een meter of vier breed en vertoonde op sommige plaatsen een hellingsgraad die de 25% ruim overschreed. De verharding bestond uit een diversiteit aan bestratingmateriaal variërend van basalt tot asfalt en van kiezelsteentjes tot betontegels. Links en rechts was het pad omsloten door dikke muren die in hoogte varieerden tussen de 1 en de 5 meter. Halverwege dit pad vonden we een mooi plekje vanwaar we het terrein goed konden overzien. Beneden aan de heuvel kregen we een witte vlag uitgereikt, waarmee we moesten zwaaien als het beeld voorbij gedragen werd.

Er waren al heel wat toeschouwers paraat toen wij aankwamen, maar om klokslag 16.00 uur gebeurde er nog helemaal niets. Dan werd het dus tóch 17.00 uur. Links en rechts van ons werden picknickmanden uitgepakt en de inhoud verorberd – de Portugezen kwamen goed voorbereid!

Toen het vijf uur werd, gebeurde er nog altijd niets. We spraken een Nederlander, die van een bewoner had gehoord dat het evenement om 18.00 uur zou plaatsvinden. Welja. Een andere toeschouwer wist te melden dat er momenteel in de kerk van Loulé een kerkdienst gaande was en dat de processie zou starten als de dienst voorbij was.

Vanaf een uur of half 6 hoorden we met enige regelmaat wat knallen. De hele middag kwamen er meer en meer mensen de heuvel op, maar buiten dat … niets. Ook om 18.00 uur was er nog geen beweging te bespeuren. Wel zagen we dat nu ook de tribunes onderaan de berg volstroomden met belangstellenden.

Inmiddels stonden de mensen al dermate dicht opeengepakt op het weggetje dat wij ons probeerden voor te stellen hoe hier ooit een processie doorheen zou kunnen komen.

 

Eindelijk, om 18.45 uur zagen we onder aan de heuvel een met bloemen versierd geheel in beweging komen. We hadden een goed overzicht, en zagen het geval door de straat richting heuvel worden gedragen. In een peristaltische beweging weken de gelovigen op het pad uiteen voor het beeld dat in gestrekte draf de heuvel werd opgedragen.

Er stonden duizenden mensen op de weg, sommige ijverig zwaaiend met de witte vlaggen, sommige daadwerkelijk in tranen. Een heftige maar erg korte extase. Want na 3,5 uren wachten stoof de processie in 3,5 seconde voorbij.

 

 

 

Campingpasjes

Albufeira, 12 april 2005

 

Camping Albufeira is verreweg de best beveiligde camping die we tot nu toe onderweg hebben aangetroffen. De gehele camping was omringd met een hoge met prikkeldraad afgezette omheining die om een gevangenenkamp niet zou misstaan en de ingang was afgesloten met poorten, slagbomen en flinke hekwerken die je enkel binnen of buiten lieten als je in het bezit was van de nodige pasjes. Om dit alles in goede banen te leiden waren er continue twee beveiligingsbeambten bij de poort gestationeerd, die er tevens op toezagen dat niemand stiekem in een auto meeliftte of tegelijkertijd met een auto door de poort glipte.

020407 pasjes (30K)

Met de pasjes werd precies bijgehouden of je binnen dan wel buiten de camping vertoefde; als we met de auto naar binnen reden moesten we maar liefst drie pasjes gebruiken; eentje voor de auto en eentje voor ieder van ons twee. Want als de computer dacht dat je al buiten de camping was, dan kon je niet opnieuw met dat pasje de camping af; eerst moest je er weer op! Onze dienstdoende bewakers waren dan ook voordurend bezig om mensen te helpen wiens pasje om welke reden dan ook niet werkte en die toch de camping op of af wilden.

 

We hadden in Lagos een Nederlandse leren kennen die bij ons op bezoek kwam.

Op zaterdag (dag 1) meldden wij onze vriendin bij de receptie aan als bezoeker. We hoefden niets te betalen, maar ze moest wel een identiteitsbewijs afgeven aan de receptie. Ze liep terug naar de auto om haar rijbewijs te halen.

Ondertussen gaven wij aan dat ze ook bleef slapen, waardoor er opeens geen rijbewijs meer nodig was, nu ze een logé werd. We moesten nu betalen, en kregen een pasje (met 7,50 euro borg).

Op zondag (dag 2) leverden wij het pasje weer in aan de receptie toen we gedrieën de camping af liepen op weg naar Albufeira; we kregen netjes onze borg weer terug. Drie uur later keerden we terug om nog even bij de caravan een kopje koffie te drinken. Om het terrein op te komen, moesten we haar dus weer aanmelden als bezoeker (dit enkel omdat we tussentijds het terrein af waren geweest). Ze moest dus haar rijbewijs bij de receptie inleveren en kreeg een papiertje, waarop vermeld stond dat ze bezoeker was.

Om 21.00 uur sloot de receptie. Als je als bezoeker die dag je rijbewijs nog terug wilde zien, moest je zorgen vóór 21.00 uur van het terrein te zijn.

Tijdens de koffie besloot onze vriendin nog een nachtje te blijven slapen. Wij dus weer naar de receptie. Het rijbewijs kreeg ze weer terug (ze willen blijkbaar wél weten wie er op bezoek is, maar niet wie er blijft slapen?). Vervolgens moesten we weer betalen, en kregen we een nieuw pasje (met borg, omdat er nu weer geen rijbewijs als onderpand was).

 

Volgens de voorschriften moet je als logé de volgende dag vóór 12.00 uur van het terrein zijn vertrokken, anders is het pasje niet meer geldig. Je wordt dan vanzelf weer een bezoeker; je krijgt je borg voor de sleutel weer terug en moet je rijbewijs inleveren en…

Pasjes. Wij zijn niet zo weg van pasjes.

 


-Top-
>Home>